Indoctrinatie, programmering en mind control

Binnen situaties van georganiseerd misbruik worden verschillende methoden toegepast om slachtoffers te beïnvloeden en te controleren. Drie kernbegrippen die in de literatuur vaak voorkomen, zijn indoctrinatie, programmering en mind-control. In de onderstaande hoofdstukken wordt per begrip beschreven wat het inhoudt, hoe het wordt toegepast en welke gevolgen het kan hebben.

Indoctrinatie

Het proces waarbij slachtoffers systematisch en eenzijdig worden blootgesteld aan overtuigingen, regels, waarden en gedragingen. Het doel is dat het slachtoffer zich aanpast aan de realiteit of doelen van de dader, de groep of het netwerk. Het kan bestaan uit het herhaaldelijk herhalen van uitspraken, uitvoeren van vaste handelingen of rituelen, het aanhoren van zinnen zoalsje bent niks waard, niemand moet je of het creëren van twijfel en verwarring over de eigen waarneming. Daarnaast kunnen zaken als liefde, vertrouwen en veiligheid op een tegenovergestelde manier worden aangeleerd: veiligheid wordt gekoppeld aan onveiligheid, vertrouwen aan wantrouwen en liefde aan misbruik.

Indoctrinatie gaat vaak samen met druk, (be)dreiging of het toepassen van fysiek of psychisch geweld, zoals achter iemand gaan staan, onder water gehouden worden of bedreiging dat het slachtoffer zelf of diens naasten iets overkomt wanneer het slachtoffer gaat praten.

Het gevolg hiervan is dat mensen verward of geïsoleerd raken van hun authentieke zelf, identiteit en eigen wensen, behoeften en emoties onderdrukken of zelfs volledig verwerpen. Daarnaast kan er loyaliteit ontstaan naar de dader of het netwerk. Dit gebeurt vaak onbewust, zonder dat de persoon het zelf doorheeft.2,5,10

 

Programmering

Verwijst naar een techniek waarbij herhaling, training, conditionering en vaste patronen van gedachten, gevoelens en gedragingen worden ingeprent. Vaak na een moment van na een moment van (extreme) stress door onder water gehouden te worden, dwang of doodsbedreigingen. Aan deze patronen worden specifieke triggers (stimuli) gekoppeld, waardoor ze oproepbaar zijn, vergelijkbaar met het Pavlov-effect.

Het doel van programmering is het creëren van scripts en automatische gedragsreacties. Deze automatische reacties worden vaak opdrachten genoemd en worden gekoppeld aan een trigger, waardoor de opdracht oproepbaar is. Zo’n trigger kan van alles zijn. Een aantal veelvoorkomende triggers die gebruikt worden zijn: geluiden, geuren, kleuren, bepaalde woorden, symbolen, namen of handgebaren. Zodra deze trigger wordt gegeven, komt het deel naar voren dat de opdracht draagt.

Het gevolg van programmering is dat opdrachten of gedragingen worden uitgevoerd buiten het bewuste zelf om. Hierdoor heeft het slachtoffer vaak geen grip of controle op zichzelf, maar ligt deze controle bij de dader of het netwerk.8,10

Mind-control

Is een techniek die gericht is op het beïnvloeden van het denken, voelen en handelen van een persoon met als doel volledige controle over het gedrag en identiteit te krijgen. Hiervoor worden methoden ingezet zoals slaapdeprivatie, isolatie, overprikkeling van zintuigen, marteling of doodsbedreigingen. Het doel van deze technieken is het opwekken van dissociatie of onderwerping, waarna indoctrinatie of programmering kan worden toegepast.

Het gevolg hiervan is dat er delen van de persoonlijkheid ontstaan die opdrachten uitvoeren die zijn aangeleerd. Deze delen zijn door de dissociatie buiten het bewustzijn van het slachtoffer ontstaan. Veelvoorkomende opdrachten hebben betrekking op zwijgen, suïcide of zelfbeschadiging, terugkeren naar het netwerk, wantrouwen naar hulpverleners of de eigen waarneming, het voorkomen van gezonde hechting, aanzetten tot daderschap of prostitutie en het verbieden van zorg, troost en hulp.5,8,10